Ontmoeting met elfen

Ontmoeting met elfen

Ervaringstocht met Dick van den Dool op zondag 5 juni 2005

De weg en de controle kwijt?

We ontmoeten elkaar om 10.15 bij het station in Roermond. Voor mij is deze tocht al de avond ervoor al begonnen. Het proces wordt namelijk al in gang gezet op het moment dat ik m’n aandacht erop richt. Op dat moment begint de subtiele wereld al met me te communiceren. Ik zat wat te mijmeren over de tocht van de volgende dag en ondertussen wat te bladeren in Dick’s nieuwsbrieven. Mijn aandacht werd getrokken naar een artikel over de drakenkolonie in natuurpark De Meinweg bij Roermond. Ik las het artikel vluchtig door en nam mij voor er op een dag eens te gaan kijken.
De volgende dag vroeg in de auto op weg naar Roermond. Ik rijd twee keer de afslag Roermond voorbij en mis ook de afslag naar het station. Dit is niets voor mij. Spelen de elfen een spelletje met me of zit de bron in mijzelf? Ik ga er even voor zitten en ontdek dat een deel van mij eigenlijk bang is voor elfen. Ik neem die informatie mee in mijn bewustzijn.
Na de welkomstgroeten en het rondje voorstellen zegt Dick dat we met de auto naar natuurgebied De Meinweg gaan. Dit treft me als een schok. Een herkenning dat de onzichtbare wereld met mij bezig is. Een gevoel van nieuwsgierigheid maar ook een beetje angst om de controle te verliezen.

Draken dringen zich op

Aangekomen op onze bestemming trekken een paar draken onmiddellijk mijn aandacht. Dit aandacht trekken gaat geleidelijk over in aandacht eisen en het is mij onmogelijk om mijn aandacht bij Dick te houden. Het waarnemen van elfen is al helemaal onmogelijk. Mijn hart wordt warm in stille verwondering bij het zien van de gracieuze bewegingen van de draken. Ik neem een zestal draken waar in de kleuren lichtbruin tot oranjerood.
Ik probeer ze te negeren en mij weer op het thema van onze tocht te concentreren. Dick vraagt ons wie ervaringen met elfen heeft gehad in het verleden. Er komt in eerste instantie niet veel bij me op. Wel een aantal waarnemingen maar geen echte contacten. Ook de vraag wat de reden was om met deze tocht mee te gaan, blijft in eerste instantie onbeantwoord. Ik uit wel mijn angst voor contact. Het hardop benoemen is voor mij een goede stap op de weg van erkenning en heling. De elfeneigenschappen van beweeglijkheid, dynamiek, af en toe wat plagerigheid en onvoorspelbaarheid krijgen in mijn beleving het etiket onbetrouwbaar. Dick vraagt om de ervaringen die deze dag ons brengen in ons systeem toe te laten. Maar om iets nieuws toe te laten, moet je eerst iets ouds loslaten. Weerstanden, vooroordelen, angsten enzovoort.
Het lukt mij niet om hier met aandacht mee bezig te zijn. De draken dringen zich op in mijn gewaarzijn. Ik besluit om dan toch maar tijd en aandacht met ze te delen. Er komt onmiddellijk een grote bruine draak naar mij toe. Hij kijkt me aan en we wisselen namen uit. Hij blijft mij maar aankijken en even ga ik zijn geest binnen. Ik voel zijn/mijn grote lijf en ben mij bewust van de enorme tijdsspanne die hij/ik al op/in deze aarde is.
Onze groep loopt verder en mijn aandacht richt zich weer op de stoffelijke realiteit. De wederzijdse erkenning van elkaar’s bestaan is kennelijk voldoende. De rest van de dag proberen de draken niet meer mijn aandacht te vangen en kan ik me richten op het waarnemen van elfen en het onderzoeken van mijn relatie tot hen.

Ruimte voor de elfen

We zitten in het bos. Ieder van ons heeft een boom uitgezocht. Onze intentie is om te zoeken naar ervaringen met elfen in ons leven. Vrijwel onmiddellijk komt er een groenig geklede elf naast mij staan. Het is een man. Tenminste de energie doet voor mij mannelijk aan. Hij is ongeveer anderhalve meter hoog. Als ik hem scherper probeer waar te nemen wordt hij vager. Ik kan geen details waarnemen. Mijn gevoel geeft een neutraal beeld met een licht spottende, observerende ondertoon. De elf maakt verder geen contact maar blijft een groot deel van de dag bij me. Ik doe mijn ogen dicht en zink in een lichte, meditatieve stilte. De vraag naar elfenherinneringen is op de achtergrond als een baken voor mijn gedachten aanwezig. Het eerste beeld is dat van een foto, genomen in een park toen ik drie jaar was. Het is altijd een belangrijke foto voor mij geweest. Nu realiseer ik me dat er, toen de foto genomen werd, kleine elfen in het park waren. Een tweede herinnering komt boven. Ik lig in het ziekenhuis. Ik ben 6 jaar. Ik heb pijn en ik ga bijna dood. Er is een elf. Ik weet niet wat hij doet. Ik ben bang en ik wil het niet weten ook. Als ik weer in het hier en nu kom, realiseer ik mij dat ik in werkelijkheid helemaal niet echt doodziek geweest ben maar in mijn herinnering voelt het in eerste instantie wel zo. Er blijft een gevoel achter dat de elf iets met genezing te maken had.

Geleid door een boself

De ervaringstocht gaat verder. We zoeken in stilte een plek uit en kijken wat er valt waar te nemen. Een boom trekt mijn aandacht. Op weg erheen besluit ik dat de boom een afleiding is. Ik draai me om en kijk waar ik dan wel heen wil. Ik vraag de boself die bij me is om mij te leiden. Ik voel onmiddellijk een duw in mijn rug. Geen erg subtiele manier van leiden!. Ik struikel door de kniehoge hei en kom na vijftig meter op een langgerekt, gemaaid stuk. De elf zegt tegen mij dat ik nu zelf wel weet waar ik heen moet. Maar ik vertrouw mijzelf niet (toch elke keer die neiging om in mijn hoofd te gaan zitten) en vraag hem om door te gaan met leiden. Prompt weer een duw. Ik moet mijn ogen dichtdoen. Eerst gaat het goed. We blijven keurig op het gemaaide stuk. Na dertig stappen word ik toch weer de hei in geduwd. Ik doe mijn ogen open. De elf heeft onmiddellijk commentaar: ”Wie leidt er hier nu eigenlijk, jij of ik?”. Met een innerlijke zucht doe ik mijn ogen weer dicht. Hij duwt me gelukkig weer het gemaaide pad op. Aan het eind moet ik op de grond gaan liggen.

Intens wit licht

Ik bevind mij in een koepel van intens wit licht. Er staat nog een elf bij me. Ook mannelijk en ouder dan de ander. Het licht wordt nog helderder en ik dreig mijzelf te verliezen. Het geluid van een koekoek vormt mijn enige verbinding met de aarde. De kleur van het licht verandert van wit naar rood en weer terug naar wit. Ik ben op een plek waar het aardse lichaam geen referentiepunten kan vinden en mijn geest niet kan volgen. Als de koekoek even z’n mond houdt, word ik bang om voor altijd verdwaald te zijn. Als zijn geluid weer klinkt, vind ik de weg terug. Ik kom terug in het hier en nu en begeef me naar de groep.

Ervaring geduid

Wat betekent deze ervaring voor mij? Wit is de kleur die ik associeer met creatie, met denken, zuiverheid. Rood is voor mij: bloed, kracht, overgave aan de passie van het leven.
Dick heeft de indruk dat mijn angst voor elfen uit een leven stamt waarin ik na een uittreding de weg naar huis niet meer kon vinden omdat elfen de draad door hadden geknipt. Dit brengt mij terug bij de herinnering aan het ziekenhuis. Ik realiseer mij nu dat ik niet doodziek was maar dat ik uit mijn lichaam wilde. Ik wilde de pijn en de ziekte achter me laten door eruit te gaan. Met de aanwezigheid van die elf was dat voor mij een angstige, met de dood verbonden ervaring.

Sprookjes en de subtiele sferen

Na de maaltijd geven we wat voedsel aan een gemeenschap van waterelfen die wonen in de sfeer van een prachtig ven met bloeiende waterlelies. Echt een sprookjesachtige omgeving. Het valt mij op dat als ik in een waarnemingsveld zit, de omgeving altijd veel sprookjesachtiger overkomt. Net alsof Anton Pieck de sfeer uit de subtiele werkelijkheid vormgegeven heeft in de materie van de Efteling. Het is dus niet zo dat de subtiele wereld sprookjesachtig is maar eerder dat de sprookjessfeer een afspiegeling is van de dagelijkse subtiele werkelijkheid.
Dick vertelt wat hij waarneemt over deze elfengemeenschap. De koningin met haar staf, de show die ze opvoeren, de fee als hoedster van het vennetje. Het is een goede gelegenheid om je eigen waarnemingen te checken. Het gevaar is echter dat je mee gaat liften op de ervaringen van de ander. Het is zaak om onderscheid te maken tussen wat van jou is en wat van de ander. Ik neem zelf niet veel waar op dat moment, alleen dat een stel hele snelle wezentjes er met een gedeelte van het voedsel vandoor gingen, terwijl ieders aandacht gericht was op de reactie van de elfen tijdens het aanbieden van het voedsel. De wezentjes plukten het voedsel uit de lucht net zoals meeuwen dat kunnen doen.

In mij de synthese

Bij het volgende ven zoekt ieder weer zijn eigen waarnemingsplaats. Ik klim op een heuvelrug. Er zit een grote draak op de heuvel maar we negeren elkaar eigenlijk. Vanaf de heuvel heb ik een mooi overzicht over drie vennen, elk met haar eigen elfenvolk. Ik neem drie feeën waar boven de waterpartijen.
Ik zie het hele gebied. Een gebied waar de elementen vuur en lucht een groot deel van de ruimte vullen. Ik zie de draken het vuur uit de aarde de lucht in brengen en de elfen de lucht de aarde in. Wit boven en rood onder met mijzelf op de scheidslijn. Er ontstaat vanuit mijn derde chakra een sterke verbinding met de omgeving. Alsof in mij de synthese tussen vuur en lucht, tussen wit en rood gestalte krijgt. Tussen scheppend denken, het creëren van nieuwe realiteiten enerzijds en mij laten leiden door en overgeven aan de kracht van het leven anderzijds. De vraag borrelt omhoog, ”Wie ben ik werkelijk en welke kracht schuilt er in me”. Ik kan niet direct woorden vinden om deze ervaring te delen met de groep.

Drakenelfen

De ervaring wordt nog versterkt door de ontmoeting met de draakelfen. Dick krijgt de gewaarwording dat er verderop een volk van draakelfen huist. Dit is een nieuwe ervaring voor ons. Dick neemt ze waar als zwarte wezens, ongeveer een halve meter groot. In mijn waarneming zijn ze groter, wel tot een meter. Ik krijg het gevoel dat het volk heel oud is. Dat ze zich niet meer voortplanten cq vernieuwen. Volgens Dick komt het voor dat je zulke slapende wezens tijdelijk nieuwe levenskracht geeft door je aandacht. Voor mij zijn deze wezens een manifestatie van de synthese tussen vuur en lucht. Mijn derde chakra reageert heftig op hun aanwezigheid. Na een tijdje moet ik mij bewust afschermen omdat ik er te beroerd van word. Het voelt alsof ik eerst in mijn eigen wezen iets moet laten evolueren voordat ik een voedend contact kan leggen met deze archaïsche wezens.

Grond- of Vuurelfen

Verderop in een bos ontmoeten wij een gemeenschap van elfen. Ze leven meer onder en net boven de grond. Ik geef ze de naam Grondelfen. Dick noemt ze vuurelfen. Vanaf deze heuvel hebben we een mooi uitzicht op een klein vennetje waar de godin/maagd sterk vertegenwoordigt is. Dick wijst ons op een opening waar het aardevuur naar buiten stroomt. De polariteit tussen het positieve en het negatieve vuur is duidelijk voelbaar in deze bron en maakt deze extra krachtig.
Na afloop ontdekken we nog een uitspanning waar ze echt elfenbier schonken. Toen kon de dag helemaal niet meer stuk!!.

Dick bedankt voor je leerzame en inspirerende aanwezigheid.
© Erik Janssen

Soorten elfen in de Meinweg

We gaan op stap naar de elfen van het gebied De Meinweg. Aan de westkant ligt een Elfenmeer, nu omgetoverd tot een groots vrijetijdspark. Geen elfen meer te zien. Waar zijn ze gebleven? In het hele gebied leven tientallen verschillende rijken van elfen.
We lopen naar de Rolvennen en op de hei traceer ik verschillende elfensoorten die allemaal lichtbrengers zijn.

  • Luchtelfen
    Zij zijn het meest mensvriendelijk doch leven hier pas enkele honderden jaren. Het jongste volk. Een populatie van enkele tientallen lichtelfen.
    “We zijn hier met heel veel rijken. Onze taak is het om de kwaliteit in dit gebied te behouden. We zijn vooral zomers actief en in de winter trekken we bij de donkerelfen in.” Hebben jullie met mensen samengewerkt? “Heel vroeger, maar nu leven we gescheiden van mensen, elk in een eigen wereld”.
  • Groene woudelfen
    Meer noordelijk in de bosrand wonen de oudst hier levende elfen. Ze zijn wel twee meter lang zijn en zeker 30.000 jaar oud.
    “Wij mijden het contact met mensen want zij hebben ons in de steek gelaten. Wij geven de bomen licht, ondermeer via de stam. Wij zijn ook strijdlustig en kunnen ons territorium verdedigen.”
  • Boselfen
    In de bossen rond het pompstation leven boselfen, die een relatie hebben met de woudelfen
  • Donkerelfen
    Op de heide leven in de ondergrond donkerelfen die mensenschuw zijn. De luchtelfen hebben een goede relatie met de donkerelfen. “Wij komen niet vaak in het licht, alleen als er vraag is. Wij brengen licht in de diepste duisternis”.
    Boven de elfen leven de feeën die hier een paar honderd jaar zijn.
  • Waterelfen
    Bij de Rolvennen zitten waterelfen die verdreven zijn uit het westelijker gelegen Elfenmeer. Ze hebben nog een energetische band met hun oorspronkelijke habitat doch het voedt niet meer. Ze missen een bepaalde voeding, een bepaald soort kosmische straling die nu in het contact wordt hersteld.
    In de verschillende meertjes leven verschillende volkeren; twee geïsoleerde rijken waarvan er een actief is rond midzomer en een actief rond midwinter.
  • Zwarte drakenelfen
    Een ingeving gaf me een nieuwe soort elfen aan op een heuvel. Een tussenvorm tussen kleine draken en elfen die bij een eik een uitstroomopening hebben.
  • Vuurelfen
    In de aarde zitten zeker 1000 vuurelfen. Ze leven in een uitstroombaan met een hoog etherpercentage. Hier zit ongelooflijke vuurkracht in de aarde. Zij veredelen de kwaliteiten van de uitstroom, net zoals de mens een functie heeft in de stofstroom. Ze transformeren het vuur in een hogere kracht en kunnen een plek ook lichter maken. Hun vuurkracht kan ook dodelijk werken als ze met mensen willen samenwerken.
    Meer naar het oosten neemt de vuurkracht vanuit de aarde toe. Daar leven ook salamanderachtige wezens en draken.
  • Kristalelfen
    In het Fichtelgebergte kwam ik rond oud en nieuw in kontakt met elfen die kristallen dragen. Heel helder. Ze bewaakte ondermeer een slangenkoningin die leefde bij een voormalige steengroeve.